Eerst bepalen wat je wilt zien, dan pas boren
Een Hikvision-installatie begint niet bij de camera maar bij de vraag wat er op het beeld moet staan. Een oprit met kentekens vraagt een ander beeld dan een achtertuin waar je vooral wilt zien dat er iemand loopt. Hoe breder de camera kijkt, hoe kleiner een gezicht of kenteken in beeld wordt. De monteur loopt daarom eerst met je langs de plekken en kiest per positie tussen overzicht en detail, in plaats van overal dezelfde lens op te hangen.
De montagehoogte is een afweging, geen vast getal. Hang je hoog, dan kom je minder snel bij de camera en heb je minder last van beschadiging, maar kijk je meer op kruinen dan op gezichten. Hang je lager, dan herken je mensen beter maar staat de camera dichter bij handen en gereedschap. Ook de lichtrichting telt mee: een camera die recht in de ondergaande zon of in een buitenlamp kijkt, levert overdag een silhouet op in plaats van een gezicht.
Daarna komt de kabelroute. Hikvision-camera's op PoE krijgen stroom en beeld via een netwerkkabel, dus er hoeft geen stopcontact bij de camera te zitten. Een netwerkkabeltraject blijft daarbij binnen de gebruikelijke honderd meter tussen camera en recorder; is de afstand groter, dan is er onderweg een extra netwerkpunt nodig. De route loopt zo veel mogelijk via kruipruimte, zolder, kabelgoot of bestaande doorvoeren. Waar er door de gevel geboord wordt, gaat het gat schuin naar buiten of wordt het afgekit, zodat er geen water via de kabel naar binnen trekt. Die route lopen we vooraf met je door, zodat duidelijk is waar de kabel komt te liggen en waar geboord wordt.
